Uitleg over opties

Zoals beschreven in het boek Financieel Preppen, zijn opties een onderdeel van de verschillende financieel preppen strategieën. Zo kun je opties gebruiken om je aandelenportefeuille (deels) te verzekeren tegen grote koersdalingen of om te speculeren op sterke koersdalingen om daarvan te kunnen profiteren. Opties kunnen ook een manier zijn om een extra hefboom te creëren op het grote winstpotentieel van goudmijnaandelen. In dit artikel leg ik je uit wat opties nu precies zijn, welke soorten er zijn, waar je bij de koop op moet letten en hoe je ze kan aanschaffen.

Wat zijn opties?
Opties zijn afspraken om een specifieke onderliggende waarde (zoals een aandeel of aandelenindex) vóór een vooraf vastgestelde datum, tegen een vooraf vastgestelde prijs, te kopen of verkopen. Dit klinkt misschien een beetje cryptisch, dus hierbij een andere formulering. Opties zijn een soort verzekering op de toekomstige waarde van bijvoorbeeld een aandeel. Wanneer de verzekerde prijsgrens niet wordt behaald, is de koper zijn betaalde verzekeringspremie kwijt en hoeft de verzekeraar dus niets uit te keren. Wanneer de verzekerde prijsgrens wordt overschreden, dan is de verzekeraar verplicht om het verschil tussen het verzekerde bedrag en de waarde van het aandeel uit te keren.

Call versus put opties
Simpel gezegd zijn er twee soorten opties, namelijk call opties en put opties. Een call optie geeft de koper van deze optie het recht (oftewel de optie) om een aandeel, vóór een bepaalde datum, tegen een vooraf vastgestelde prijs te verkopen. Tegelijkertijd heeft de verkoper van deze optie de plicht om het aandeel tegen die afgesproken prijs te kopen wanneer de koper van de optie (jij in dit geval) daarom vraagt. Uiteraard zal je als koper van de optie, je optierecht alleen uitoefenen wanneer je daar economisch voordeel bij hebt.

Call optie voorbeeld: een goudmijn heeft een huidige waarde van €20 per aandeel, maar je denkt dat de koers door toekomstige goudprijsstijgingen zeer sterk zou kunnen gaan stijgen. Om die reden besluit je om een call optie (het recht om een aandeel tegen een vaste prijs te kopen) aan te schaffen met een strike prijs (oftewel de afgesproken aankoopprijs) van €25. Op die manier ben je ervan verzekerd dat je het aandeel op de laatste contractdatum van het optiecontract voor €25 mag kopen (terwijl de daadwerkelijk waarde tegen die tijd wellicht hoger is). Wanneer het aandeel op de laatste datum van het optiecontract een waarde heeft van €24, dan zal je er als koper niet voor kiezen om je optie uit te oefenen. Waarom zou je het aandeel namelijk voor de vaste prijs van €25 kopen, terwijl je het op de mark voor €24 kan kopen? In dit geval ben je je betaalde optiepremie dus kwijt. Wanneer het aandeel op de laatste dag van je optiecontract op €30 staat, dan is de rationele keuze uiteraard om je optierecht uit te oefenen en het aandeel voor €25 te kopen, terwijl de marktwaarde €30 betreft. Op die manier maak je €5 winst per gekocht aandeel en kan je daarmee het verschil tussen de optieprijs en de marktwaarde in je zak stoppen.

Put optie voorbeeld: een aandeel heeft een huidige waarde van €20 per aandeel, maar je bent bang dat de koers sterk zou kunnen gaan dalen. Om die reden besluit je om een put optie (het recht om een aandeel tegen een vaste prijs te mogen verkopen) aan te schaffen met een strike prijs (oftewel de afgesproken verkoopprijs) van €15. Op die manier ben je ervan verzekerd dat de waarde van je aandeel niet meer dan 25% zal kunnen dalen (€20 x 0,75 = €15). Wanneer het aandeel op de laatste dag van je optiecontract een waarde heeft van €16 euro, dan zal je er als koper niet voor kiezen om je optie uit te oefenen. Waarom zou je je aandeel namelijk voor de vaste prijs van €15 verkopen, wanneer de daadwerkelijke marktwaarde op €16 ligt. In dit geval ben je je betaalde optiepremie dus kwijt. Klinkt logisch toch? Wanneer het aandeel op de laatste dag van je optiecontract op €13 staat, dan is de rationele keuze uiteraard om je optierecht uit te oefenen en het aandeel voor €15 te verkopen, terwijl de marktwaarde €13 betreft. Op die manier maak je €2 winst per gekocht aandeel en heb je daarmee de lagere waarde van het aandeel gecompenseerd.

Opties kopen versus ‘schrijven’
Het is belangrijk om te weten dat je opties kunt kopen of ‘schrijven’. Wanneer je een optie koopt, heb je alleen maar het recht om je optie uit te oefenen en is je potentiële verlies beperkt tot de betaalde optiepremie. In deze zin neem je de rol van ‘verzekerde’ op je, waarbij je niet meer kan verliezen dan je ingelegde verzekeringspremie. Wanneer je echter een optie ‘schrijft’, dan neem je de rol van verzekeraar op je en is je maximale winst de ontvangen optiepremie (oftewel verzekeringspremie). Je maximale verlies kan echter juist heel groot zijn. Bij een put optie is je maximale verlies de totale waarde van het aandeel. En bij een call optie is je maximale verlies in theorie zelfs oneindig. Het zal je dus niet verbazen dat ik in mijn boek Financieel Preppen alleen adviseer om in beperkte mate opties te kopen, maar deze dus nooit te ‘schrijven’.

Optie kopen versus schrijven
 Maximale winstMaximale verlies
Kopen (je koopt het recht)Bij call optie: oneindig
Bij put optie: totale waarde aandeel x 100
Je ingelegde optiepremie
‘Schrijven’ (je verkoopt het recht)De ontvangen optiepremieBij call optie: stijging van aandeel x 100, oftewel oneindig
Bij put optie: verlies van totale waarde aandeel x 100

Nog belangrijk om te vermelden is dat wanneer je een optie bezit (omdat je deze eerder hebt gekocht) en deze vervolgens verkoopt, dit geen ‘schrijven’ betreft. Na het verkopen van de optie die je bezat, bezit je er per saldo namelijk weer nul en heb je dus geen rechten of plichten meer. Wanneer je echter een optie verkoopt zonder dat je dezelfde optie eerst in bezit had, dan heet dat het ‘schrijven’ van een optie, aangezien je iets hebt verkocht wat je niet in bezit had. Het eindresultaat hiervan is dat je dus eigenlijk -1 optie bezit en dus in de praktijk een plicht hebt richting de koper van de optie.

Factoren die invloed hebben op de optieprijs
In het boek Financieel Preppen staan de verschillende factoren die van invloed zijn op de optieprijs uitgebreid beschreven. Deze factoren som ik hieronder nog even kort op:

– De looptijd van de optie; hoe langer de looptijd, hoe groter het risico voor de uitgever van de optie en dus hoe hoger de optieprijs.
– Optie uitoefenprijs; hoe verder de strike-prijs van de optie verwijderd is van de huidige aandelenprijs, hoe minder je voor de optie zal betalen.
– Volatiliteit van het aandeel; bij een aandeel met sterke prijsstijgingen en dalingen is het risico voor de uitgever van de optie hoger en zal de optie over het algemeen duurder geprijsd zijn.
– Volatiliteit en onzekerheid in de markt als geheel; bij een toegenomen risicoperceptie zal de uitgever van de optie een hogere vergoeding voor de verstrekte verzekering eisen.

De looptijd en de uitoefenprijs zijn objectieve factoren die relatief eenvoudig en objectief te beoordelen zijn. De volatiliteit van een aandeel of de markt als geheel kan je op je beleggingsplatform aflezen aan de hand van de volatiliteitsindex (afgekort als VIX). Bij een VIX onder de 20 kan je stellen dat de volatiliteit relatief laag is. Bij een VIX (ver) boven de 20 is de risicoperceptie in de markt waarschijnlijk relatief hoog, waardoor de kans groot is dat je een minder voordelige optiepremie zal betalen omdat de verkoper van de optie een hoge risicopremie zal vragen.

Opties kiezen
Zoals beschreven in het boek Financieel preppen zijn call en put opties het meest voordelig geprijsd wanneer de strike prijs relatief ver van de marktwaarde af ligt. Wanneer je je aandelen wil verzekeren kan je dus beter een wat lagere strikeprijs kiezen om een voordeligere ‘verzekering’ af te sluiten. Net zoals je zorgverzekeraar je een lagere premie zal vragen wanneer je vrijwillig je eigen risico verhoogt, zo ook zal de optieprijs die je betaalt aanzienlijk lager zijn wanneer je bereid bent om het eerste deel van de marktdaling voor eigen rekening te nemen.

Omdat we natuurlijk niet precies weten wanneer de periode van financiële crisis of zelfs economische depressie zich zal voordoen is het aan te bevelen om opties te kopen met een relatief langere looptijd. Bijvoorbeeld met een resterende looptijd van 24 maanden. Aangezien opties relatief gezien de meeste waarde verliezen in het laatste jaar, zou je er voor kunnen kiezen om je optiecontract van 24 maanden looptijd, na een jaar ‘door te rollen’ in een nieuw contract met een looptijd van 24 maanden. Hierbij koop je dan eerst een nieuw optiecontract met 24 maanden looptijd, waarbij je daarna je optiecontract met 12 resterende maanden verkoopt. Door de optie door te rollen zorg je er tevens voor dat je zo lang mogelijk zal kunnen profiteren zodra de verwachte koersontwikkeling (daling bij put optie of stijging bij call optie) zich voordoet.

Opties kopen
Bij optiecontracten is het nog relevant om te weten dat één optiecontract over het algemeen gelijk staat aan het recht om 100 aandelen te mogen kopen (bij call optie) of verkopen (bij put optie). Wanneer je handelsplatform dus een optieprijs van €0,50 aangeeft, dan is dit de prijs per aandeel en zal je voor één optiecontract dus €50 (oftewel €0,50 x 100 aandelen) betalen.

Bij optiecontracten is er altijd een aankoop- en verkoopprijs (ook wel bied en laat prijs genoemd). Het verschil tussen deze twee prijzen wordt ook wel de spread genoemd. Bij optiecontracten met een relatief korte looptijd en waarvan de uitoefenprijs relatief dichtbij de huidige marktprijs ligt (ook wel: in the money genaamd) is de markt vaak meer liquide (veel vragers en aanbieders). Dit betekent dat het verschil tussen de aankoopprijs en de verkoopprijs (de spread) relatief klein zal zijn. Bij optiecontracten waarvan de einddatum relatief ver in de toekomst ligt en/of de uitoefenprijzen relatief ver van de huidige marktprijs af liggen (ook wel: out of the money genaamd) is er vaak minder vraag en aanbod, waardoor de spread tussen de bied en laat prijs aanzienlijk kan zijn. In dat geval kan het rendabel zijn om bij je aankooporder iets boven het gemiddelde van de bied en laat prijs in te gaan zitten. Voorbeeld: de biedprijs (oftewel de prijs waartegen de optiehandelaar je optiecontract terug wil kopen) betreft €0,50 terwijl de laatprijs (oftewel de prijs waartegen de optiehandelaar bereid is je een optiecontract te verkopen) op €0,80 staat. Het midden tussen deze twee bedragen betreft in dat geval €0,65. In dat geval zou ik je adviseren om niet meteen de laatprijs van €0,80 te bieden, maar eerst te proberen of je kooporder ook bij een prijs van bijvoorbeeld €0,70 of €0,75 gevuld wordt. Dit lijken misschien kleine verwaarloosbare verschillen, maar wanneer je het in relatieve zin bekijkt heb je bij een optieprijs van €0,75 een korting van 6,25% en bij een optieprijs van €0,70 een korting van €12,5%. Dat zijn leuke rendementen die vooral bij grote aantallen optiecontracten in een aanzienlijke totaalbesparing kunnen optellen.

De meeste online brokers (zoals bijvoorbeeld Degiro) bieden de aankoop en verkoop van opties aan. Mijn eigen ervaring met Degiro is dat ze geen opties aanbieden waarvan de uitoefenprijs meer dan 50% hoger of lager ligt dan de huidige marktwaarde. In dat geval zou je bijvoorbeeld een account kunnen openen bij de Nederlandse broker genaamd Easybroker, waar je over het algemeen wel in alle beschikbare opties kan handelen.

Omdat opties een beperkte looptijd hebben (en je na deze looptijd dus de gehele inleg kan verliezen) vereisen brokers dat je eerst een kennistest maakt om aan te tonen dat je over voldoende kennis en inzicht beschikt om op verantwoorde wijze in opties te mogen handelen. Het is bij deze tests vaak vooral van belang dat je het verschil begrijpt tussen call opties en put opties. Daarnaast is het van belang dat je begrijpt wat je rechten en plichten zijn bij het kopen of ‘schrijven’ van opties (zie tabel). Als laatste komt er soms een rekentest naar voren waarbij je op juiste wijze de winst moet berekenen. Let er hierbij op dat je je ingelegde premie sowieso niet terug krijgt. Met andere woorden: trek je ingelegde premie altijd nog af van de eventuele winst die je op het optiecontract maakt om tot de daadwerkelijke winstberekening te komen. Wanneer je deze uitleg en de rest van bovenstaande informatie hebt bestudeerd zou je de optie test in principe met succes moeten kunnen volbrengen. Wanneer je de test de eerste keer niet haalt mag je deze vaak na één of enkele dagen (de cool-off periode) opnieuw proberen. Zoals ook in het boek staat beschreven is het aan te raden om zeer terughoudend te zijn met de Financieel Preppen optie strategieën en dus geen of slechts een zeer beperkt deel van je vermogen in deze speculatieve strategie te beleggen.

Scroll naar boven